vrijdag 28 oktober 2011

Ruimte voor Mauro, of de discretionaire bevoegdheid van de Minister


De Minister heeft geen idee van de betekenis van het begrip ‘discretionaire bevoegdheid’. Helaas geldt dat voor tal van Kamerleden ook.

Tijdens een asielprocedure worden tal van voorwaarden gecontroleerd. Als een aanvrager niet aan alle voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag afgewezen. Daar zijn de reguliere procedures voor.
In sommige gevallen gaat een asielzoeker naar de Minister, en vraagt om toepassing van de zgn. hardheidsclausule. Volgens het Vreemdelingenbesluit 2000 betekent dat, heel eenvoudig, dat de Minister kan afwijken van de regels, als toepassing ervan zou leiden tot “onbillijkheid van overwegende aard”. Bij de toelichting op het begrip ‘hardheidsclausule’ heeft de regering in 2000 gezegd, dat er een verschil is tussen een imperatieve regeling en een facultatieve regeling. De Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit zijn voorbeelden van imperatieve regelingen. Over de facultatieve regeling zegt de regering, dat die niet “beduidend ruimer” zal zijn dan de hardheidsclausule. Met andere woorden: daar ziet de regering al meer dan tien jaar geleden, ruimte voor het eigen hart van de minister, niet veel maar toch.
Daarbij noemt de regering het voorbeeld van “zeer jonge kinderen die door hun ouders na een asielprocedure in Nederland zijn achtergelaten” en “bijzondere individuele gevallen”.

Tijdens het debat van donderdag heeft de Minister de grote fout gemaakt de begrippen discretionaire bevoegdheid en imperatieve regeling door elkaar te haspelen. Keer op keer zei hij dat hij zijn discretionaire bevoegdheid niet kon gebruiken, omdat Mauro niet aan alle voorwaarden voldeed: niet ziek, niet bedreigd enz.
Daarmee gebruikte hij de imperatieve regels om zijn discretionaire bevoegdheid af te perken. Dat is volstrekt onjuist: de Minister, en de IND en de rechter, hebben de imperatieve regels toegepast. Dus komt de vraag aan de orde, of de Minister het hele kleine beetje ruimte dat hij daarna nog heeft ten gunste van Mauro wil aanwenden.
Uit de toepassing van discretionaire bevoegdheden worden nooit beleidsregels afgeleid. Dus de gedachte dat er precedentwerking vanuit kan gaan, is ook onjuist. De minister, en de minister alleen bepaalt op welke wijze hij die ruimte gebruikt. Mevr. Verdonk was daar, in haar functie als minister volstrekt helder over: ik vertel niet waarom ik wel of niet gebruik maak van deze bevoegdheid, dat is mijn hart dat spreekt.
Op dit moment is de stand van zaken dus, dat Minister de discretionaire ruimte niet of nog niet heeft ingevuld. Tot nu toe heeft hij alleen maar imperatieve regels laten horen, en net gedaan alsof die zijn discretionaire ruimte bepalen.
Daarmee maakt de Minister een onjuist gebruik van de hem ter beschikking staande wettelijke middelen.
De minister heeft bij herhaling aangegeven zijn hart te willen laten spreken. Welnu, daar is (een heel klein beetje) ruimte voor.

Tenslotte heeft de Minister volgens de wet ook nog de bevoegdheid om ambtshalve een verblijfsvergunning af te geven. Dat is in de discussie helemaal niet genoemd.

Er staan de Minister dus nog voldoende wegen open om Mauro aan een verblijfsvergunning te helpen. Het schrijnende aan dit geval is, dat de Minister dat kennelijk niet wil.

28 oktober 2011,
Jan de Visser

maandag 19 september 2011

De resoluties voorbij

Op internet circuleren alweer de nodige ideeën om op het aanstaande CDA-congres resoluties te gaan bespreken die de inhoud van het kabinetsbeleid betreffen. Hier een ernstige oproep om daar mee te stoppen. De redenen daarvoor zijn:
  1. Iedere vorm van discussie wordt steeds uitgelegd als tweedracht. Zo zouden de avonden met Jacobine Geel volgens Trouw opnieuw bewijzen zijn van de verdeeldheid van de partij. De  site christendemocraat.nl zou aangeven dat de kritiek op het partijbestuur nog immer voortleeft enz. enz. Een motie over het kabinetsbeleid, of het nu gaat over de euro of het pgb, wordt altijd uitgelegd als verdeeldheid, corrosie, een partij die aan onderlinge ruzies ten onder gaat. En of het nu waar is of niet, het signaal naar de voormalige en toekomstige kiezers is buitengewoon slecht. Alleen daarom al zou zoiets niet meer moeten gebeuren.
  2. Bovengenoemde vorm van zgn. partijdemocratie is een schoolvoorbeeld van het confrontatiemodel. En dat model moet binnen de partij nooit meer gebruikt worden. Het is oude politiek, dat werkt contraproductief en dat helpt niemand. Er zijn inmiddels veel betere methodes.
  3. Het volgende idee. Zorg, dat alle opvattingen bij elkaar op een goede manier geformuleerd worden, en maak daar een gespreksnotitie of een beleidsamendement van. Geef aan op welke punten de verschillende deelnemers steun verlenen aan dat stuk. Stel het partijbestuur via de voorzitter op de hoogte van het bestaan van dit stuk, en geef aan hoe u het behandeld zou willen zien. U wilt bijv. over dit onderwerp met de staatssecretaris of minister dan wel de fractie spreken. U overtuigt het partijbestuur van de urgentie. Ik vermoed dat dat bij een onderwerp als het pgb niet nodig zal zijn.
  4. Het nieuwe DB  organiseert een ontmoeting tussen uw groep en de personen om wie u hebt gevraagd. De bewindspersoon krijgt een uitnodiging om op korte termijn met leden van de partij te praten over het beleid, over de kritiek, over de voorstellen en over de toekomst van het beleidsonderdeel. Wie zo’n uitnodiging afslaat, snapt de partijdemocratie-nieuwe-stijl niet, hetgeen (eufemisme-alert) op het eerstvolgende functioneringsgesprek aan de orde zal komen.
  5. Het ledengesprek, in dit geval tussen de verontruste en de regerende leden, leidt tot een bepaalde uitkomst. De staatssecretaris weet dat er een actieve groep is, die het beleid van dag tot dag volgt. Bij gelegenheid kan die bewindspersoon de spreekbuis van de groep nog eens raadplegen, en verzoeken om mee te denken bij nieuw beleid, of bij de evaluatie van bestaand beleid. Gelet op de kwaliteiten van de  verschillende spelers in dit spel is mijn verwachting dat daaruit veel eerder oplossingen dan extra problemen uit voortkomen. Er is in het ledengesprek veel gelegenheid om wederzijds begrip uit te spreken. Het gaat om oplossingen en niet om het vergroten van problemen.
  6. Als de minister of het Kamerlid samen met de ledengroep constateert dat er grote verschillen bestaan, die maar moeilijk te overbruggen zijn, kunnen zij eventueel samen het partijbestuur vragen om de zaak voor het congres te agenderen. In crisissituaties kan dat soms een extra congres betekenen.
  7. Dit model is oplossingsgericht, sluit aan bij de resoluties en moties van het vorige congres, en is een toonbeeld van echte partijdemocratie. Met dit model kun je veel meer mensen enthousiast maken voor deelname aan onze partij dan met het vechtmodel van allerlei resoluties.
  8. Het partijbestuur moet vooruitkijken, en de vernieuwingen die op het laatste congres zijn opgedragen, ook uitvoeren. Daar hoort deze nieuwe vorm van partijdemocratie nadrukkelijk bij.
Wat mij betreft: liever vandaag dan morgen een einde aan de resolutie-cultuur, en een vliegende start van het ledengesprek.

maandag 6 juni 2011

Het gezeur over Griekenland zat

(NB Dit blog heb ik geschreven toen de crisis nog vrij jong was. Of de argumenten nog gelden, laar ik graag aan de lezer(s) over).

Griekenland moet geholpen worden, daar zou geen twijfel over behoren te bestaan. De eerste reden is van mythologische aard. Immers, zonder Griekenland geen Europa. De bakermat van onze beschaving ligt (ook) in Griekenland. Het mooie meisje Europa was de dochter van een koningspaar uit Fenicië, het oude Kanaän. Toen de oppergod Zeus haar zag spelen langs de stranden van de Middellandse Zee, werd hij zo verliefd op haar, dat hij zichzelf in een witte stier veranderde. Hij ontvoerde haar naar Kreta, waar hij in een ‘gewone man’ veranderde. Het mooie meisje was verbijsterd, en wilde terug naar haar vaderland. “Nee”, zo sprak Aphrodite, de godin van de liefde, vanuit de hemel, “ik heb het hart van Zeus op hol gejaagd, en jij bent nu zijn aardse godin. Onsterfelijk zal je naam worden, want het vreemde werelddeel dat je opgenomen heeft zal van nu af Europa heten!” Zonder de Griekse oppergod en zonder de Griekse godin van de liefde zou Europa niet eens bestaan!

Het tweede argument is een kwestie van goed lezen. Er is geen enkele bepaling in de Europese verdragen die het mogelijk maakt, dat de Unie aan  de ene of andere staat het lidmaatschap ontzegt. Ook al gaan alle Europese landen op hun kop staan, ze kunnen geen bepaling inroepen die hun de bevoegdheid geeft om een land uit de E.U. te zetten. De Europese Unie heeft namelijk slechts minimumvoorwaarden geformuleerd voor de toetreding van een land tot de E.U., en voorts alleen nog solidariteitsafspraken. Voor een goed beeld: stel je voor, dat Frankrijk de bevoegdheid zou hebben om het Nederlandse lidmaatschap ter discussie te stellen en een procedure zou kunnen starten om ‘ons’ er uit te gooien! Hoe hard sommigen ook roepen om Griekenland e.d. uit de E.U. te gooien: het kan gewoon niet.
Het is wél mogelijk om de bevoegdheden van een land in te perken, maar alleen dan als er sprake is van schending van de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (art. 6 en 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dat is niet aan de orde, dus niemand kan de bevoegdheden van Griekenland in de EU inperken – ook Nederland niet.
Wel kan een land sinds enige jaren (Verdrag van Lissabon, art. 50), zelf besluiten “overeenkomstig zijn eigen grondwettelijke bepalingen” zich uit de EU terug te trekken. Het moet dus uit de Grondwet van Griekenland zelf voortvloeien dat het lidmaatschap wordt opgezegd. Met andere woorden: als Griekenland nu om monetaire of financiële redenen een verzoek zou indienen om zich te mogen terugtrekken uit de EU, zou de EU nog kunnen zeggen: dat komt niet in jullie Grondwet voor, we nemen jullie verzoek niet in behandeling.

Het derde argument is een kwestie van rekenen. Netto heeft Nederland in 2010 slechts 3,5 miljard euro aan Europa betaald. Dat is nog geen € 220 per inwoner! Een doorsnee gezin met vier mensen betaalt aan ‘Europa’ dus € 880 per jaar. In return for: geen invoerrechten op goederen, geen paspoortcontroles bij de grens, geen beperkingen in de internationale handel, geen wisselkoerskosten, gezamenlijke aanpak grensoverschrijdende criminaliteit, Europese aanpak van milieuproblematiek en dierenwelzijn etc. En dan is de belangrijkste nog niet genoemd: al meer dan zestig jaar vrede, ongekend in de geschiedenis van Europa. Reken vervolgens maar uit: dat gaat over 3 à 5.000 euro per jaar. Mag uit dat overschot dat het totaalbedrag niet eens benadert, een garantie naar Griekenland gegeven worden? De 5 miljard die de minister nu heeft toegezegd, komt neer op ruim 300 euro per inwoner. Dus: ongeveer het minimale voordeel dat iedere Nederlander jaarlijks aan Europa beleeft, wordt nu eenmalig als lening verstrekt. Mag het gezeur eens afgelopen zijn?



Tenslotte. Het gaat niet alleen om de solidariteit met Griekenland, maar ook met de 15 andere eurolanden. De Nederlandse bijdrage aan de lening(en) aan Griekenland bedraagt 5,88%. Duitsland en Frankrijk staan samen al garant voor bijna de helft (53 miljard) en jawel, Italië en Spanje doen ook nog eens gezamenlijk mee voor 33 miljard. Het risico is niet afwezig, maar wel te overzien.

De conclusie kan niet anders luiden dan de eerste zin van dit artikel: Griekenland moet geholpen worden.

dinsdag 26 april 2011

Limburg en het gezicht van het CDA

De afgelopen week, zo vlak voor Pasen, hebben wij een korte vakantie doorgebracht in Limburg, zeer Zuid-Limburg wel te verstaan. Het was prachtig weer voor de tijd van het jaar, en daar hebben we volop van genoten.
Het heuvellandschap was bij tijden adembenemend mooi, ook vanwege het ontluikend en net ontloken groen. De sfeer was voor ons zeer ontspannen, ook al was het af en toe druk in Maastricht. Het bourgondische van Limburg is en blijft een enorme aantrekkingskracht houden. Het zelfbewustzijn straalt je op ieder rotonde (met Limburgse leeuw) tegemoet, er is een prachtig tijdschrift Navenant, dat uitsluitend over Limburg gaat - welke provincie heeft dat!?
Als kinderen ons niet zo aan de Randstad zouden binden, zou ik bijna zeggen: is er ergens een advocatenpraktijk over te nemen, en kan ik er aan een fatsoenlijk huis komen? Limburg, here I come. Maar ja, de realiteit, nietwaar.

En die realiteit heeft me veel stof tot overdenken gegeven in Limburg. Juist daar. Ik had wat literatuur over het CDA en over filosofie meegenomen, ik heb gedeeltelijk een lezing voorbereid die ik binnenkort in Voorschoten mag houden voor de regio Leidschendam/Leiden, samen met Hans-Martien ten Napel, zie deze link.
Mijn grote vraag, na een fantastische week Limburg, is en blijft: waaruit blijkt nu dat de Limburger zo ontevreden is over zijn bestaan? Waar kom ik feiten en gegevens tegen die rechtvaardigen dat het populisme de andere stromingen zo overschreeuwd heeft?
Ik ben er zeker nog niet uit, maar het nadenken erover is in Limburg wel sterk bevorderd, juist daar. Zou het misschien zo zijn, dat er slechts behoefte is aan een sterke en charismatische vertegenwoordiger in Den Haag, die nog geen last heeft van beschadigd vertrouwen?
We zeggen thans binnen het CDA dat het (weer) om de inhoud moet gaan, en dat lijkt me ook buitengewoon essentieel. Maar als er niemand is die aan die inhoud een gezicht weet te geven, is het een kansloze missie.
Er wordt veel nagedacht deze dagen over de invulling van de resoluties op het partijcongres. Ik heb daar mijn steentje aan bijgedragen in de vorm van een motie op het congres. Daarbij gaat het over de vormgeving van het bestuur in onze partij. Hoe belangrijk dat ook is, dat zal nooit de hoofdtrein zijn, waarmee de kiezers terugkeren naar het CDA-station. De inhoud zal misschien meer aanspreken – daarover later meer. Maar wie wordt het gezicht waarin dit alles bij elkaar komt?

Vorm, inhoud en gezicht, deze drie - maar de meeste van deze is tegenwoordig toch: het gezicht.

Waar een weekje Limburg allemaal toe kan leiden!

zondag 3 april 2011

Het is vijf over twaalf: de nieuwe lente van het CDA

Wie het congres van afgelopen zaterdag beleefd zou hebben zonder enige kennis van de politieke context van dit moment, moet werkelijk een feestgevoel overgehouden hebben: een uitstekende sfeer, positieve instelling bij partij, fractie en congres – wat wil een mens nog meer?
Na al het gesomber en gezeur van de afgelopen maanden is het signaal duidelijk: we gaan opnieuw groeien. In een eerder blog had ik al gezegd, dat het CDA zich nu in zijn ‘meest compacte vorm ooit’ bevindt, en ik voeg daar nu graag aan toe, dat vandaaruit alleen maar groei mogelijk is. Laat de struik die in deze lente ontluikt, zo breed mogelijk uitwaaieren.
Waar Ad Koppejan het vandaan haalt, dat het voor het CDA vijf vóór twaalf is, wordt ook in het artikel in Trouw niet erg duidelijk. De partij bruist van het élan en van de betrokkenheid, dat was tijdens het congres wel te merken.
Volgens mij is het vijf óver twaalf: een nieuw dag is begonnen, een nieuwe fase van groei.

Of de aangenomen resoluties over Animal Cops en over passend onderwijs al een blijk waren van deze nieuwe manier van doen en laten, zo werd mij gevraagd. En ja, ik denk dat kritische ledengeluiden meer en meer tot het gemeengoed van het CDA gaan horen. Maar wat vindt u dan van het feit dat Tony de Bos niet gekozen is tot penningmeester? Is dat ook de nieuwe wind die door de partij gaat waaien? Of is dat alleen maar, omdat de combinatie van provinciaal voorzitter en penningmeester niet ideaal is? Ach, de vraag stellen is hem beantwoorden.

Natuurlijk ben ik blij met de motie-De Visser, de tweede landelijke motie die mijn naam draagt. De eerste stamt uit de tijd dat ik lid was van het landelijk bestuur van de toenmalige hervormde kerk. Ook toen heb ik met succes gepoogd uitersten te verbinden en brokken (polarisatie) te voorkomen.
We gaan aan het werk, Ruth op het partijbureau, en wij gewoon allemaal, ieder op zijn of haar plek in de partij. Er moet veel, heel veel gedaan worden. Maar we beginnen niet bij nul. De rapporten van Frissen en het CDJA zijn duidelijk in koers en richting. De uitkomsten van de deelsessies (ik ben benieuwd op welke manier die tot ons komen) tellen even hard mee.
Maar als het gaat om een inhoudelijke aanzet voor de discussie over de vier uitgangspunten en de mogelijkheden die daaruit ontstaan voor een politiek die typerend is voor het nieuwe CDA, verwijs ik toch wel graag naar het boek Herkenbaar anders. Het CDA 2.0. De bedoeling van dat geschrift is steeds geweest de aanzet tot een discussie. Kennelijk is daar nu de tijd rijp voor – nu pas.

dinsdag 29 maart 2011

2e historische CDA-congres

Op zaterdag 2 april komt het volgende historische CDA-congres bijeen, exact een half jaar na ‘Arnhem’. Naar verwachting zullen de emoties minder hoog oplopen, maar de nieuwigheden zijn niet van de lucht.
Allereerst de voorzittersverkiezingen. Nadat de media een voorselectie hebben gemaakt, is het woord tot en met de lunch van het congres aan de leden. Dan eindigen de meest open en spectaculaire voorzittersverkiezingen ooit. Natuurlijk is er een groot aantal leerpunten voor een volgende verkiezingsronde, maar deze open en niet-geprogrammeerde strijd is een toonbeeld voor partijen die zich progressief noemen. De wisselingen Bos – Cohen (PvdA, febr. 2010) en Halsema – Sap (GL, dec. 2010) vallen qua democratisch gehalte in het niet bij hetgeen het CDA nu laat zien.
Maar dan. Natuurlijk staan er tal van resoluties op de agenda. Over een groen belastingstelsel, over de dierenpolitie, over minderheden enzovoort.

Totale vernieuwing partijbestuur
Eén resolutie verdient heel bijzondere aandacht, en die gaat over ‘Koers en Leiderschap’. Tal van gerenommeerde en vooral betrokken, actieve CDA’ers hebben hun naam aan deze resolutie verbonden, dus die zal dan wel ergens over gaan. Welnu, dat is ook zo: het gaat om een radicale vernieuwing van heel het partijbestuur. Nu er een nieuwe voorzitter is, dient er ook een nieuw bestuur te komen, zo is de gedachte. Normaal gesproken schuift een nieuwe voorzitter aan bij het zittende bestuur, maar dit keer niet.
Immers, zo stellen de CDA’ers: 4 keer op rij heeft de partij verloren, en al die keren heeft het bestuur “geen adequate scenario’s” ontwikkeld om het kiezersvertrouwen te herwinnen. Er is niets gebeurd, behalve het instellen van een commissie. En met de resultaten van die commissie-Frissen is tot op heden ook nog niets zichtbaars gebeurd.
Het wordt daarom tijd, dat alle leden van het partijbestuur ruimte gaan bieden aan mensen die de vernieuwing wel kunnen dragen. En als ze dat niet uit zichzelf doen, dan moet het congres als het hoogste orgaan van de partij volgens deze prominenten zelf het initiatief nemen. Dat is niet makkelijk, dat is niet eigen aan het CDA. Maar de nood in de partij is heel hoog, en als het bestuur niet de verantwoordelijkheid en het initiatief neemt dat in deze omstandigheden dringend geboden is, dan moet heel de partij zich er wel tegenaan bemoeien door middel van een congres-uitspraak.
De bedoeling is, dat de voorzitter een onafhankelijke commissie naast zich krijgt, die binnen een jaar wél met goede voorstellen komt “op basis van samenhang, vertrouwen, bestuurlijke vernieuwing, bestuurlijke herstructurering en een vernieuwd christen-democratisch élan als kaders”. In die tussentijd is in ieder geval het hele dagelijks bestuur volgens afspraak al afgetreden, en er komen voorstellen voor  “vernieuwing en verkleining van de omvang van het partijbestuur”.

Compact
Het CDA bevindt zich thans in zijn meest compacte vorm ooit. Dat is getalsmatig zo, maar ook inhoudelijk leeft de partij ook vanuit de kern van zijn bestaan: inhoud en richting, of in termen van deze  resolutie: koers en leiderschap. Het momentum om te veranderen en te vernieuwen is nú: niet vorig jaar, niet volgend jaar, maar nu. Als de partijbonzen blijven zitten, en zich net zo actief opstellen als de afgelopen jaren in zaken die er echt toe doen, dan is het heel moeilijk om nog geloof te houden in een krachtige toekomst.
Het is echt te hopen, dat de partij in alle wijsheid en eenstemmigheid zal besluiten, dat er slechts één mogelijkheid is: met nieuwe mensen leiding geven aan herstel van vertrouwen, een begin van nieuwe groei en aan een inhoudelijke doordenking van alles waar het CDA voor staat. Het is bovendien te hopen, dat alle zittende bestuursleden inzien, dat zij het partijbelang maximaal dienen, als ze aan deze resolutie de benodigde ruimte geven.
Het wordt wederom een historisch congres. Er valt wat te beleven bij het CDA.

zaterdag 12 februari 2011

De kar en de toekomst



Iedereen kent het beeld: er lag een paar weken geleden zoveel sneeuw, dat sommige auto’s gewoon niet wegkwamen. De grootste fout die automobilisten dan maken is, dat ze harder en harder gas gaan geven. Daardoor komen ze vaster en vaster te zitten. Vanaf de bestuurdersplek is het probleem niet op te lossen. Er moeten mensen van buitenaf bij komen.

Het CDA lijkt vast te lopen in de opiniepeilingen. Daar zijn tal van redenen voor aan te wijzen, die allemaal kloppen. De gekozen partijleider is weg, de gekozen partijvoorzitter is weg, de fractieleider was ook niet de eerste keus en de toppositie wordt ingenomen door iemand die niet rechtstreeks gekozen is. Dat is allemaal volstrekt on-CDA-achtig, maar het is niet anders.
Een schijnoplossing is gas geven. Als de kar eenmaal vastgelopen is, kun je hem niet zonder meer lostrekken. Er moeten verse hulptroepen bij, en dat kan even duren. Maar ze komen eraan. Er is heel veel talent binnen het CDA. Op scholingscursussen, tijdens trainingen en debatwedstrijden blijkt dat telkenjare. In alle lagen, van afdelingsbesturen tot en met het kabinet zit talent.

Uit tal van sites en disussiegroepen is op te maken, dat velen nog zoekende zijn naar de manier waarop zij hun talent kunnen inzetten. Het partijbestuur heeft daarbij een ferme knoop doorgehakt. Uniek in de geschiedenis van de parlementaire geschiedenis is de procedure om tot een voorzitter te komen: iedereen die aan een aantal minimumvoorwaarden voldoet, mag meedoen. Dat moet stimulerend werken. In principe kan iedereen bijdragen, zeker als deze systematiek voortgezet kan worden.

Als ik dit schrijf, is Mubarak net enkele uren afgetreden. Vanuit Egypte bereikten ons de afgelopen dagen de beelden van een zich vrijvechtende bevolking. ‘In democracies the people are sovereign’, klonk het voortdurend, en daarom moest het oude bestuur verdwijnen.
Als de nieuwe voorzitterscampagne van het CDA een voorbeeld is van optimale partijdemocratie, waarin iedereen ‘van onderop’ een kans heeft om tot op het hoogste niveau bij te dragen aan het welzijn van de partij, dan is dat de weg omhoog. Dan ontstaat er ruimte voor een frisse en spontane periode, waarin het van hoog tot laag over de wezenlijke zaken kan gaan.

De vastgelopen kar is nog niet vervangen, er is nog geen nieuwe koets, geen nieuwe ploeg vers bloed  maar het begin is er. De voorzittersverkiezingen zijn veelbelovend.