zondag 15 september 2013

Franciscus of Carolus: het verschil tussen geloof en theologie


De afgelopen dagen hebben we een korte vakantie gehouden. En kort of niet: er viel veel achterstallig leeswerk in te halen. Zo zaten Carel ter Linden’s “Wat doe ik hier in Godsnaam” en Francis Spufford’s “Dit is geen verdediging” in de boekenkist.

Wie deze boeken wil lezen, kan dat volgens mij het best in bovenstaande volgorde doen. Eerst word je door Carel te Linden tot een soort religieuze en spirituele atheïst omgedoopt, en dan krijg je via een snelle, humoristische en grondige onderdompeling in de overwegingen van een niet-theoloog honderdduizend redenen om gewoon of beter gezegd enthousiast christen te blijven.

Carel gelooft niet meer in een schepper, maar wel in de God van Israël. Waar die laatste vandaan komt, blijft vaag: het is eigenlijk alleen maar de God van de verhalen; meer niet. Die God van Israël en de bijbelverhalen heeft op zich niets te maken met het ontstaan van het leven, ook niet met het leven hier en nu, laat staat met het leven na de dood. De evolutietheorie heeft volgens Carel sterkere papieren dan het geloof van het oude joodse volk, dus kan er geen God zijn die de dingen gedaan heeft die in Genesis 1 beschreven staan.
Bidden is een innerlijk gesprek, verbonden met die God van Israël. Die God is dus niet de God die volgens de joodse psalm ‘hemel en aarde’ gemaakt heeft, of trouw blijft aan het werk zijner handen, maar je kunt je wel met Hem verbonden voelen. En die God, hoe gek het ook klinkt, die God is nog niet af, maar vormt wel 'het Essentiële' (compleet met hoofdletter) voor het bestaan. Mooier en diepzinniger wordt het niet.

Francis Spufford neemt het in zijn boek op tegen de nieuwe atheïsten zoals Richard Dawkins, maar het is tegelijkertijd veel meer dan dat. Het is geen verdediging, geen apologie, althans dat verraadt de titel. Het laat zich raden dat het evenwel niet anders is dan één sterk betoog waarin allerlei argumenten zijn opgenomen ten faveure van het christendom.

Anders dan vele critici van het christendom begint Spufford niet met een betoog over God, maar met een verhaal over mensen. En mensen zijn zondig. Alleen, als je dat zo zegt, ben je het grootste gedeelte van je publiek al kwijt, want: wat is zonde? En zeker in het Engels: wat is ‘sin’? De meeste Engelse reclameteksten met het woord ‘sin’ erin gaan over erotiek, drank of chocola. Spufford geeft het verschijnsel een andere naam: het is de menselijke neiging om dingen te verkloten, en hij kort dat verschijnsel in zijn boek dan ook steevast af tot de MNoDtV. Daarna komen tal van typisch christelijk begrippen langs met soortgelijke onorthodoxe benamingen. Vergeving presenteert Spufford in een hoofdstuk onder de titel: het Internationale Verbond van Schuldigen.
Verrassend en verhelderend van begin tot eind.

 
Wie het boek van Carel ter Linden wil lezen, moet het vooral niet laten. Maar lees daar dan wel Francis Spufford achteraan – dat verheldert veel, misschien met name wel over het verschil tussen een theoloog en een gelovige.

vrijdag 3 mei 2013

Biddende moslims in Parijs


In de beelden van deze video zien we biddende moslims die de straten van Parijs bevolken. Volgens sommigen moet er hard opgetreden worden tegen deze uitwassen van islamisering, want als we niet oppassen, wordt ook hier binnenkort de sharia ingevoerd.

Aan christenen zouden nooit deze rechten worden toegekend, zo zegt de voice-over, en er worden protesten georganiseerd tegen de toenemende macht van de islam.

Iemand stuurde mij deze link toe met de klemmende vraag in chocoladeletters: “Is this coming to you, the US and your neighborhood?? Wake up people!!” 

Nog steeds houd ik moeite met het veroordelen van biddende mensen, en na al die decennia van zgn. toenemende invloed van de islam zie ik geen toename van hun daadwerkelijke invloed in het maatschappelijke leven of in de politiek. Nog geen 10% van de Kamerleden is allochtoon, laat staan moslim – de laagste score sinds jaren.

Waar zijn de biddende christenen? Waar zijn de openbare centra voor godsontmoeting?

Natuurlijk snap ik de angst voor het radicalisme en het fundamentalisme, en natuurlijk moeten we te allen tijde waakzaam zijn. Ik word bang van steniging en van de ontwikkelingen in Syrië en de rest van het Midden-Oosten. En het is eenvoudig zo, dat er in Frankrijk altijd een gespannen verhouding heeft bestaan met Marokko, dat nog maar sinds 1956 onafhankelijk is geworden van de Franse overheersing. Zie onze verhouding met de Molukken.

Maar bang? Nee, bang ben ik niet.

donderdag 25 april 2013

Geloof in de samenleving: het wantrouwen voorbij

Wie het rapport ‘Geloof in de samenleving’ van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA ter hand neemt, ondergaat een adembenemende reis in de wereld van religie en samenleving. Aan de hand van veel tabellen en nog meer analyses en beschouwingen krijgt de reiziger een heel goed beeld van het landschap dat onze samenleving heet.
De auteurs steken hun belezenheid niet onder stoelen of banken; elke bladzijde vertoont een stroom aan voetnoten met verwijzingen naar gezaghebbende (en natuurlijk minder gezaghebbende) auteurs van diverse pluimage: men treft er een keur van filosofen aan, van theologen, sociologen en natuurlijk politicologen. De literatuurlijst is imponerend lang.

Het valt oprecht te hopen, dat dit werk, waarvan ik hier bewust geen samenvatting ga geven, zijn weg vindt binnen alle afdelingen en geledingen van het CDA en ver daarbuiten. Het is vanuit christendemocratische invalshoek beschreven, maar ook binnen de andere grote politieke stromingen vinden dezelfde discussies plaats over de plaats van religie in het politieke speelveld, en daar zou dit rapport een meer dan nuttige functie kunnen vervullen. Dit rapport verdient het dat er ooit een PvdA-blad of een VVD-magazine uitkomt waarin het van harte wordt aanbevolen; dat zou pas echte winst zijn.

Tot zover de mijns inziens terechte lovende woorden. Maar er doemt iets anders aan de nabije horizon op. Het CDA heeft, zo wordt wel gezegd, het meest benijdenswaardige wetenschappelijke instituut. Respectabele hoogleraren, al dan niet lid van de partij, nemen deel aan dit soort veelomvattende en diepgravende publicaties. Maar voor wie?

Het is heel lastig om een CDA-standpunt af te leiden uit dit rapport. Dat komt misschien omdat het bol staat van de verwijzingen naar de christendemocratie, zodat het voor de hand lijkt te liggen. Maar toch: wat wordt de gemiddelde CDA’er geacht te denken over het onbedwelmd ritueel slachten of het schrappen van het verbod op smadelijke godslastering? De aanbevelingen achter in het rapport zijn aanbevelingen voor de overheid of eventueel voor de samenleving; maar niet specifiek voor de eigen achterban.

Er staat een enorm belangrijk verkiezingsjaar voor de deur. Dit rapport kan daar helaas geen rol bij spelen, althans niet zonder een aantal vertaalslagen. Dat is een gemiste kans.
Voorts lijdt het rapport aan hetzelfde als het CDA in het algemeen. Men zie de beschrijving van de kaderbijeenkomst in Brabant (Trouw, 19 april 2013) onder de titel: “De glimlach is terug bij het CDA”. Het verhaal van Van Haersma Buma, dat oppositie voeren betekent, dat je zonder al te veel risico’s veel vaker ‘ja’ kunt zeggen tegen het eigen programma, is op zich wel waar, maar dat betekent niet dat het de partij veel winst gaat opleveren. Net zo min als een gedegen rapport over geloof in de samenleving. Daarom doet de vraag zich steeds nadrukkelijker voor: voor wie is dit rapport eigenlijk?

Hoe goed bedoeld ook: met een buitengewoon goed rapport en een onderstreping van het eigen programma komt het CDA de klappen uit het recente verleden niet te boven. Het lijkt wel alsof de wetenschappers en de politici in het CDA allemaal geconcentreerd zijn op het hele kleine beetje wat nog over is: we zijn toch goed bezig! Ja, dat is zo, maar het trekt vooralsnog geen hordes kiezers. Die houden zich namelijk niet zozeer bezig met het rapport van het WI, of met de gevolgen van de heisessies van de fractie, maar met heel andere dingen.

Een enkele aanbeveling kan mogelijk illustreren wat ik bedoel. In de bijlage Letter & Geest van 20 april stond een artikel over Alex Brenninkmeijer, de nationale ombudsman. Deze man onderstreept de juistheid van de stelling dat dit land ten onder gaat aan wantrouwen en controle. De overheid gaat primair uit van de noodzaak om de inwoners van dit land te wantrouwen. In de rechtspraak geldt, althans nog op papier, het adagium dat iedereen onschuldig is tot het tegendeel bewezen is. De praktijk van het overheidshandelen lijkt omgekeerd: iedereen wordt ervan verdacht  mogelijk fraudeur te zijn, totdat uit uitvoerige controles het tegendeel blijkt.

Dat wantrouwen is inmiddels diep geworteld in alle overheidsorganen, ook en misschien juist in de Tweede Kamer. De ene wet struikelt over de andere om mogelijke misstanden in de samenleving nu eens en voor altijd op te lossen. En dat wantrouwen bepaalt onder andere, dat uitingen van godsdienst bestreden moeten worden, want o wee als de overheid eens een te groot vertrouwen zou uitstralen in de groepen en individuen die iets anders nastreven dan strikt seculiere en publieke belangen. Dan zou de overheid wel eens in het eigen zwaard van het wantrouwen kunnen vallen. En er moet dan ook wetgeving komen om dat te voorkomen.

Alex Brenninkmeijer is een betere volksvertegenwoordiger dan de meeste parlementariërs: hij weet wat er leeft onder de mensen, hij schrijft dat op, en presenteert zijn bevindingen aan de Kamer. Die er vervolgens niets mee doet.

Als het CDA en zijn Wetenschappelijk Instituut zich zouden laten leiden door de bevindingen van onze nationale Ombudsman, zou de politieke realiteit er volstrekt anders uit kunnen gaan zien. Dan zouden ook de problemen en vraagstukken van het rapport ‘Geloof in de samenleving’ voorzien worden van een dimensie die direct werkbaar is en wordt in de praktijk van alledag: bestrijd het overheidswantrouwen, bestrijd de controledwang.
Een  samenleving waarin mensen elkaar primair vertrouwen en waarin de overheid dat ook doet, is een samenleving die in ieder geval het CDA zou kunnen nastreven. Dat past bij de breedte van het partijprogramma en de eigen visie op geloof en samenleving.
Het lijken twee tegengestelde rapporten. Het jaarverslag 2012 van Brenninkmeijer laat vanuit een hoog perspectief een helder en ontluisterend licht schijnen over het overheidshandelen in de hele maatschappij. Dat van het CDA beschijnt vanuit de christendemocratische visie een deel van het overheidshandelen. Het zou mooi zijn, als het CDA de moed heeft om de uitkomsten van Brenninkmeijer een plaats te geven in haar eigen programma. De titel van een nieuw rapport hoeft dan niet eens zo heel erg anders te luiden: “Vertrouwen in de samenleving” is meer dan alleen maar een titel; het is een compleet programma.

Het wantrouwen moet bestreden worden, en als er één partij is die daar op dit moment het meest geschikt voor lijkt, is dat het CDA, juist nu vanuit de oppositie. Het zou geweldig zijn, als er één partij is, die geen enkel wetsvoorstel meer steunt, dat niet gericht is op het wegnemen van wantrouwen. Zoals Brenninkmeijer zegt, is wetgeving vaak niet meer dan het vergroten van het wantrouwen, en dat moet stoppen.

Deze week staan op het programma van de Tweede Kamer onder meer een debat over de kwaliteit van het hoger onderwijs, over de winstcijfers in de zorg (jawel!), over het wijzigen van de tellerstand van auto’s, de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk en bestrijding van de zorgfraude. Als het CDA het geloof in de samenleving wil uitdragen, dan lijken dit uitstekende onderwerpen om te laten zien, dat dat begint bij het herstel van vertrouwen in diezelfde samenleving.

Een combinatie van Brenninkmeijer en het Wetenschappelijk Instituut biedt het CDA wellicht een mogelijkheid om te laten zien dat de weg terug mogelijk is.

vrijdag 1 maart 2013

Malaise rond het Europese Parlement


De malaise rond het Europese Parlement was de inzet van een interessante avond op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een door dat Ministerie gefinancierde instelling, de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken heeft eind vorig jaar een stuk geproduceerd waarin de regering min of meer hardhandig duidelijk gemaakt wordt, dat ze de relatie tussen de nationale overheid en het Europees Parlement moet versterken en in haar eigen voordeel kan en moet gebruiken.

Het antwoord van de regering laat nog even op zich wachten, maar dat heeft deze Adviesraad er niet van weerhouden om samen met het instituut Clingendael en de Europese Beweging Nederland een avond te beleggen rond dit advies.

Normaal gesproken zou dat moeten uitlopen op een avond met pittige stellingen, heldere suggesties en duidelijke afspraken.

Maar helaas.

Zelfs het uitgelezen gezelschap van deze avond kwam niet verder dan enig gestuntel. De discussie had moeten verlopen aan de hand van een aantal stellingen, maar verder dan één stelling kwamen we niet, en die was nog zo ambigue als de opvattingen over Europa als zodanig: Haagse politici hebben geen belang bij het debat in Brussel.

Gert-Jan Segers van de ChristenUnie vertelde dat hij bij elk onderwerp dat over Europa gaat contact heeft met de CU-afgevaardigde in het Europees Parlement. Bas Eickhout, Europarlementariër voor GroenLinks was genuanceerd in zijn mening. Maar belangrijke antwoorden en oplossingen kwamen er niet.

Volgens Eickhout is de EU niet zo complex: er zijn drie instellingen en als je die goed uit elkaar weet te houden, kom je een heel eind. Daar had-ie een punt. Pauw (of juist Witteman) gaf er onlangs blijk van niet te weten dat Van Rompuy voorzitter is van de Europese Raad, laat staan dat hij weet wat het verschil is tussen de Raad en de Commissie; misschien dat hij weet wat het Europees Parlement is.

Voor de Pauwianen of Wittemannen onder de lezer(s):
  • Het Europees Parlement wordt gekozen door de Europese stemgerechtigde inwoners van de lidstaten – door u en mij dus. De voorzitter van dat Parlement, de Europese Van Miltenburg dus, is Martin Schulz.
  • De Europese Commissie is te vergelijken met ons kabinet: daar zitten de commissarissen in (commissie – commissarissen, snapt u?). Daar wordt het beleid gemaakt, dat door het Europese Parlement wordt goedgekeurd. De Nederlandse commissaris is Neelie Kroes, en de voorzitter van deze club ‘ministers’ is José Manuel Barosso.
  • In de Europese Raad zitten alle regeringsleiders of regerende staatshoofden: Merkel, Hollande, Rutte, Di Rupo, Cameron enz.

Enfin, weten we dat ook weer.

Volgend punt: ca. 60% van alle wetten die ons leven beheersen, komen rechtstreeks uit Brussel. Die wetten hoeven in het algemeen slechts een goedkeuringswet van ons landelijke parlement, en klaar is Kees. Daaruit zou de verwachting kunnen voortkomen, dat het nationale parlement zich bescheiden opstelt ten opzichte van Brussel, maar dat is niet zo goed waarneembaar. Sterker nog, het lijkt er vaak op, dat Haagse politici zich dit gegeven niet eens realiseren.
En daarmee was stelling 1 correct bevonden: Haagse politici trekken zich te weinig aan van het debat in Brussel, omdat ze daar geen (electoraal) belang bij hebben.

Waar ik een beetje op hoopte, en waar ik heel erg op zat te wachten, was een begin van een antwoord op de vraag, hoe al die mensen die op het Ministerie bijeen waren, zich gaan inzetten voor een actie om de onontkoombaarheid van ‘Europa’ positief te gaan benaderen. Maar dat kwam er niet van.
In volgende blogs hoop ik dat thema verder op te pakken.

Enkele nuttige links (los van Wikipedia):
Over Gert-Jan Segers (oud-plaatsgenoot overigens): Twitter @gertjansegers en www.christenunie.nl
Over Bas Eickhout: www.baseickhout.eu
Over de Adviesraad zie  www.AIW-Advies.nl, en het advies waar het hierboven over ging staat op http://bit.ly/XHhT2O


vrijdag 16 november 2012

Weigerambtenaar bestaat niet – feestweigerambtenaar wel


Eén van de lastigste problemen rondom weigerambtenaren, zelfs bij het advies dat de Raad van State daar op maandag 12 november 2012 over heeft gegeven (samenvatting en complete tekst), is dat de kern van de huwelijkssluiting niet wordt benoemd.

Die kern is heel eenvoudig te vinden voor wie de moeite neemt de wet erop na te slaan (art. 67 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). Een huwelijk wordt voltrokken doordat de aanstaande echtgenoten een verklaring afleggen ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand. Daar moeten dan 2, 3 of 4 meerderjarige getuigen bij zijn, en meer is het niet. Als de (aanstaande) echtgenoten die verklaring afgegeven hebben, dan verklaart de ambtenaar dat zij “door de echt aan elkander zijn verbonden” en hij maakt daar een akte van op. Het huwelijk komt uitsluitend tot stand door de verklaring van de echtgenoten, en helemaal niet door een handeling van de ambtenaar. De ambtenaar is er ‘slechts’ om de formaliteiten te controleren, en een akte op te maken van de verklaring van de echtgenoten. Naar mijn stellige overtuiging is er geen één ambtenaar - van welke signatuur ook - te vinden die hiertegen bezwaar maakt, ook niet als het homo’s betreft. Controleren en een akte ondertekenen: dat is de wettelijke taak van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Deze handeling kan desnoods in de hal van het gemeentehuis verricht worden, of in een kamertje apart.

Waar ambtenaren wel tegen te hoop kunnen lopen, is dat hun wettelijke taak met tal van andere zaken is uitgebreid. Ze moeten een religieus aandoend ritueel leiden met een toespraak, met ringen, bloemen, cadeaus enz. Ze moeten zich in de geschiedenis van de aanstaande echtgenoten verdiepen en aan de verzamelde feestgangers vertellen hoe deze elkaar gevonden hebben. Ze moeten naar door het bruidspaar uitgekozen locaties om daar, in toga en al, het feest van de echtgenoten luister bij te zetten.
Dit verzet is niet alleen juridisch verdedigbaar, maar het is nimmer als verzet tegen de overheid of overheidstaken op te vatten.

Weigerambtenaren bestaan niet, wel feest-weigerambtenaren.

Als de Raad van State zich dit gerealiseerd had, had het advies een stuk korter kunnen zijn. Het had ook kunnen luiden: Niemand kan verplicht worden namens de gemeente feest te vieren.


Overigens 1: het wetsvoorstel zelf is te knullig voor woorden. Er staat alleen maar in, dat er op toegezien moet worden, dat alle ambtenaren van de burgerlijke stand zich aan art. 1 van de Grondwet moeten houden. Hoe overbodig wil je het hebben.

Overigens 2: dit wetsvoorstel gaat dus helemaal niet, althans niet uitsluitend, over het zgn. homohuwelijk. Sterker nog: in Nederland bestaat helemaal geen homohuwelijk, net zo min als een zigeunerhuwelijk of een negerhuwelijk. De wet stelt geen enkele beperking aan de geaardheid van degenen die een huwelijk willen sluiten. De discussie is dan ook een non-discussie, oftewel een discussie voor de Bühne. Wel van belang is het gegeven dat hier sprake is van gelijkberechtiging van alle bevolkingsgroepen. Daar is, zoals gezegd, geen wet, maar wel heel veel aandacht voor nodig.

maandag 29 oktober 2012

Kwartiermaker Europese verkiezingen benoemd



Dankzij de snelle ondersteuning van voldoende enthousiaste mensen kon de resolutie “Kwartiermaker Europese Verkiezingen” op het CDA-congres van 27 oktober 2012 behandeld worden. Het partijbestuur adviseerde negatief, maar een aantal commissies die zich met Europa bezighouden, vonden het onderwerp belangrijk genoeg om ervoor te zorgen, dat het bestuur hoge prioriteit geeft aan dit onderwerp. Zo ook het CDJA, en enkele individuele leden.

Het uiteindelijke effect is, dat het bestuur veel meer gegeven heeft, dan er gevraagd is. Want, zo zei het bestuur, als we de resolutie zo mogen lezen, dat de kwartiermaker ‘de werkgroep Europa’ is, dan nemen we deze resolutie graag over!

Dus: we vroegen alleen om later een besluit te nemen over de kwartiermaker, maar we hadden geen persoon of termijn in gedachten. En nu benoemt het bestuur, staande de vergadering, de kwartiermaker. Beter en sneller hadden we het ons niet kunnen voorstellen!

Op de site dichtbij.nl stond zaterdagavond al een artikeltje ver de resolutie, omdat deze een Amsterdams tintje zou hebben. (Ik wijs er nadrukkelijk op, dat ik niet de man ben die daar op de foto staat!) Kennelijk voelen Amsterdammers zich toch trots op hetgeen zich zaterdag in Rotterdam heeft afgespeeld. Of dat in gelijke mate geldt voor wat er zich tussen deze steden zondag in Rotterdam heeft afgespeeld, weet ik niet natuurlijk.

Hoe dan ook, alle ondersteuners en adviseurs hartelijk dank!

Winant Quaedvlieg, jij en de werkgroep Europa: gefeliciteerd met jullie benoeming tot Kwartiermaker!

donderdag 11 oktober 2012

Resolutie over Europese Verkiezingen


Op de valreep heb ik met ruim 30 ondertekenaars de volgende resolutie aan het Partijbestuur van het CDA doen toekomen:

Resolutie Kwartiermaker Europese Verkiezingen

Het CDA Congres te Rotterdam bijeen op 27 oktober 2012


Constateert:

1.  Het CDA heeft van oudsher grote waarde gehecht aan de vorming en ontwikkeling van wat thans de Europese Unie is.

2.  In 2014 zullen naast de gemeenteraadsverkiezingen ook de verkiezingen voor het Europese Parlement gehouden worden.
   
3.  Voorkomen moet worden dat de Europese verkiezingen het sluitstuk van alle verkiezingsinspanningen in 2014 gaan worden.

Overweegt:

4.  De landelijke en plaatselijke verkiezingen hebben, ook in de media, bijna automatisch veel aandacht.

5.  In de huidige economische en financiële crisis is het noodzakelijk dat aan de Europese verkiezingen veel meer aandacht wordt besteed dan in voorgaande jaren; daarbij gaat het niet uitsluitend om electoraal gewin, maar ook en met name om de waarde die onze partij aan alle Europese vraagstukken hecht.

6.  Om te bevorderen dat deze Europese verkiezingen blijvend in de aandacht  van de partij staan, is het noodzakelijk daar één of meer mensen een bijzondere opdracht voor te geven. Daartoe is een centraal aanspreekpunt het beginpunt: een kwartiermaker.

7.  Deze opdracht voor de kwartiermaker bestaat tenminste uit het samenstellen van een team dat de campagne inhoudelijk voorbereidt; dat team wordt samengesteld uit Europarlementariërs, fractieleden van de Tweede Kamer met buitenland en/of Europa in de portefeuille, leden van de Buitenlandcommissie van de partij, en enkele daartoe aan te zoeken leden. Daarnaast kan de kwartiermaker de opdracht krijgen campagnefondsen voor te bereiden.

8.  Deze kwartiermaker fungeert met de voorgestelde commissie als een denktank ten behoeve van de aanstaande campagne. De kwartiermaker zal met inhoudelijke aanbevelingen komen naar het bestuur, dat de resultaten meegeeft aan de campagnecommissie voor de Europese Verkiezingen en aan het Voorjaarscongres van 2013. Onderwerpen die daarbij aan de orde dienen te komen zijn de lijsttrekkersverkiezingen en adviezen ten behoeve van een tijdige en brede discussie over het programma voor de Europese Verkiezingen 2014.

Spreekt uit:

Het bestuur benoemt een kwartiermaker voor de Europese verkiezingen,

En gaat over tot de orde van de dag


maandag 10 september 2012

Vraag over peilingen CDA


Een blog mag volgens mij ook wel een vraag bevatten. Mijn punt is dit. In 2010 stemden ruim 1,2 miljoen mensen op het CDA. Een absoluut dieptepunt. Daarin werd het CDA ‘afgestraft’ voor de periode-Balkenende, wat je daar verder ook van mag vinden.

Zouden er van die 1,2 miljoen van twee jaar geleden echt 400.000 zijn, die nu zeggen: ik ga naar de PvdA, de VVD of de SP? En zo ja, op grond waarvan?

Zou het echt zo zijn, dat die mensen van mening zijn, dat het CDA er nu slechter voor staat qua inhoud, presentatie, geloofwaardigheid, betrouwbaarheid enz. dan twee jaar geleden?

Ik kan het ook anders zeggen: ik geloof de opiniepeilers gewoon niet. Misschien word ik afgestraft, maar misschien ook helemaal niet.

Wie sleept mijn onzekerheid de komende dagen door?

vrijdag 7 september 2012

Comeback van het CDA


Laten de VVD en de PvdA vooral doorgaan met de oude titanenstrijd om de grootste partij van Nederland te worden. Intussen is er iets veel interessanters aan de gang: HET CDA MAAKT Z’N COMEBACK. In mijn eigen omgeving hangt het al een tijdje in de lucht. De aversie tegen het CDA neemt af, naarmate de afstand tot de ouderwetse arrogantie van de macht toeneemt. Mensen op straat lopen niet meer, zoals een paar jaar geleden, om de stands en campagnemensen van het CDA heen. Er is een stille terugkeer. Hoewel … stil? Graag wijs ik op twee ingezonden brieven uit Trouw van gisteren en eergisteren. Lees, en tril mee! Ik heb wat accenten aangebracht in de tekst bij passages die mij in het bijzonder opvallen.

Trouw, 6 september 2012
Louteringsproces
Al lange tijd stem ik geen CDA meer: iets te veel op macht belust en te weinig oog voor de underdog. Trouw enthousiasmeert me beslist niet om dit stemgedrag te veranderen. Maar alles is anders aan het worden. De macht van het CDA is ineengeschrompeld en de partij is zelf underdog geworden. Het CDA ondergaat een louteringsproces en kennelijk raakt me dat. Haar programmapunten er nog eens op nagezien: Europagezind,  evenwichtige aandacht voor bevolkingsgroepen enz. Niet slecht. De ingrediënten heeft ze in huis. Waarachtig, VOOR HET EERST SINDS VELE JAREN GA IK WEER CDA STEMMEN!
(Een lezer uit Den Haag)

Trouw, 7 september 2012
CDA houdt de poot stijf
Tot vijf keer toe werd CDA-lijsttrekker Buma in het Carré-debat gevraagd of het CDA de PVV als coalitiepartner afwees en tot vijf keer toe bevestigde hij aan gespreksleider Petra Grijzen dat hij dat zou blijven doen. Bij de derde keer hoorde ik geen haan kraaien, dus we kunnen er gerust van uitgaan dat het CDA zijn poot stijf zal houden. Dat is een positieve ontwikkeling. Voor velen wellicht aanleiding om TERUG TE KEREN NAAR DE PARTIJ die zich zo min mogelijk inlaat met de waan van de dag. Laten we het hopen.
(Een lezer uit Krimpen aan den IJssel)

Ik wijs er ook op, dat – against all odds – Buma beter heeft gescoord in het Carré-debat dan velen hebben vermoed. Op de social media was hij nr. 4, en na de drie  toppers van nu met prognoses van ver boven de 25, is dat een prestatie van formaat.

De opmars van het CDA is begonnen. Wie nog campagne gaat voeren, mag dit uitseinen. Retweet, verspreid, kopieer dit bericht totdat honderdduizenden het hebben gelezen.  Je weet nooit wat er in een paar dagen kan gebeuren. Roemer zakt, Samsom stijgt, Wilders is weg, en het CDA kan alleen maar winnen. Op naar de 24 zetels!

Alvast gefeliciteerd.

zaterdag 25 augustus 2012

Wie gaat er regeren?


Het antwoord op deze vraag lijkt voor de hand te liggen: dat merken we op en na 12 september wel. Immers, de kiezers bepalen de samenstelling van de Tweede Kamer, en vandaaruit wordt een regering gesmeed.
Maar niets is minder waar, zo lijkt het. Morgenavond (zondag 26 augustus) leidt het bekende CDA-lid Frits Wester een discussieprogramma op RTL4, geheten het “Wat kiest Nederland: Het Premiersdebat”. Aan dit programma, waarvoor drie uur (incl. reclame-onderbreking) is uitgetrokken, nemen vier mensen deel, die kennelijk als serieuze premierskandidaten gezien worden: Rutte, Samsom, Roemer en Wilders.
Het Nederlandse publiek krijgt op deze manier een keuze voorgeschoteld van mensen die RTL4 geschikt acht als kandidaat voor deze functie. Het zijn niet de leiders van de vier grootste partijen in de Tweede Kamer van dit moment. Op alle kieslijsten staan de partijen in de volgorde VVD, PvdA, PVV, CDA. Dan zou het toch voor de hand liggen om de leiders van deze partijen uit te nodigen.
Maar dat is niet gebeurd, omdat men de meest recente peilingen als leidraad heeft genomen. Toch even een overzicht van de eerste vijf partijen van de kieslijsten:
TK
24-8-2012
Verschil
VVD
31
34
3
PvdA
30
22
-8
PVV
24
19
-5
CDA
21
14
-7
SP
15
30
15

Er is één echte virtuele winnaar, en dat is de SP. De VVD incasseert de premierbonus nauwelijks, maar staat wel op virtuele winst. De PvdA is de grootste verliezer, en bij de PVV is het verlies nog veel en veel groter, als je in aanmerking neemt dat de partij in deze regeerperiode ooit op 33 zetels in de peilingen heeft gestaan. Het CDA is virtueel de kleinste, maar verliest ten opzichte van voorgaande verkiezingen en peilingen minder dan de PvdA en PVV.
Wellicht heeft men in de studio’s van RTL4 niet meer plaats dan voor vier kandidaten, misschien kan Frits Wester niet meer dan vier kandidaten aan, maar dat lijkt mij allebei niet waar.
Dan het volgende: de SP en de PvdA gaan niet samenwerken met de PVV, zo hebben deze partijen meegedeeld. Bij de VVD is men daar iets minder terughoudend over, maar de peilingen van nu (en naar aan te nemen de uitslagen van 12 september) geven geen meerderheid aan van deze twee partijen. De kans dat Wilders premier wordt, is derhalve nihil. De kans dat Rutte premier wordt van een kabinet VVD-PVV is evenzeer verwaarloosbaar.
Dat betekent, dat de partijen die aan het debat deelnemen, samen geen eens een premier kúnnen leveren. Als de peilingen van nu waarheid worden, hebben de drie resterende partijen tijdens het Premiersdebat een onwerkbare meerderheid: 34 + 22 +30 is weliswaar 86, maar een kabinet met VVD en SP is misschien iets minder verwaarloosbaar dan de hierboven gegeven alternatieven, maar kansrijk is het niet. Als het alleen van deze partijen afhangt, wordt er dus niemand in het Premiersdebat premier.

De enige mogelijkheid om premier te worden is een meerderheid, waarbij het CDA de enige partij is die de benodigde aanvulling kan leveren. Wellicht als kleinste regeringspartij (als D66 en/of CU niet nodig zouden zijn), maar dan nog.
Even in de wat oudere en wat nieuwere geschiedenis. Het kabinet-Biesheuvel bestond uit de KVP met 21,8% van de stemmen, de VVD met 10,3% en de ARP met 8,5%. Ook deden de CHU (6,3%) en DS’70 (5,3%) mee. Biesheuvel was lid van de derde grootste partij, de ARP. Sindsdien is het niet meer voorgekomen, dat een kleinere regeringspartij de premier leverde, maar onmogelijk en ondenkbaar is het niet. In dit verband is ook de vorming van het laatste kabinet veelzeggend: een grote VVD die gewonnen had (31 zetels), en een CDA dat op zwaar verlies uitkwam (21 zetels) verdeelden het aantal ministerposten gelijkelijk.
De kans dat het CDA mee moet doen met een nieuwe regering is aanmerkelijk, gelet op bovengenoemde cijfers. De kans dat zij ook de premier zal leveren, is weliswaar heel klein, maar dat de nieuwe premier nadrukkelijk uit moet gaan van deelname van het CDA aan een nieuwe coalitie, is nagenoeg onvermijdelijk.
Daarom zou het voor de hand gelegen hebben om bijv. de kansloze premierskandidaat Wilders niet uit te nodigen, maar in plaats van hem iemand met wie de nieuwe premier (Samson? Roemer? Rutte?) rekening heeft te houden. Buma dus, namens het CDA.
Dat is helaas niet gebeurd, want, zoals gezegd, RTL4 heeft al gekozen. De realiteit doet dan minder ter zake. Het Nederlandse publiek moet het doen met een onverantwoorde en onjuiste voorselectie. Jammer, heel erg jammer.



dinsdag 21 augustus 2012

Vredenburgberaad: oproep aan PvdA en CDA

Naast allerlei inmiddels bekende overlegstructuren binnen het CDA is er ook een nog niet zo bekend overleg geweest tussen het CDA en de PvdA (of andersom, zo u wilt).
Twintig leden van deze partijen, die geen actieve functie in de landelijke politiek hebben, zijn in de afgelopen maanden een aantal keer bijeen geweest in het zalencentrum Vredenburg in Utrecht, op loopafstand van het meest centrale Centraal Station van Nederland. Het overleg heet dan ook, voorspelbaar: Het Vredenburgberaad.
Vandaag, 21 augustus, zouden de teksten die in het Vredenburgberaad tot stand zijn gekomen, ook op mijn website gepubliceerd worden. Echter uitgerekend op dit moment heb ik geen toegang tot mijn site. Ik verwijs daarom graag naar de plek, waar de teksten wél te vinden zijn.
U komt dan op de webstek van zingeving.net van de PvdA, en op de voorpagina kunt u al doorklikken naar de oproep. Het gaat om deze link voor de voorpagina, en om deze link voor het complete verhaal.
Adhesiebetuigingen en vragen, aanbevelingen en opmerkingen kunt u kwijt op dit emailadres.
Dat is campagnevoeren voor twee partijen tegelijk!

zaterdag 21 januari 2012

Dualisering in CDA: vernieuwing op z’n best


Wie wil weten, hoe politiek nieuwe stijl bedreven behoort te worden, moet naar de partij kijken met de oudste wortels in onze parlementaire democratie, het CDA. Met het geruchtmakende congres in 2010 hield de transparantie van deze partij heel Nederland een dag aan de buis gekluisterd. In 2011 waren wederom alle camera’s op een partijbijeenkomst gericht. Ook toen is duidelijk geworden, dat het koekoek-een-zang van de meeste (grotere) partijen bij het CDA tot het verleden behoort. En nu er een buitengewoon congres, eigenlijk een oversized nieuwjaarsreceptie wordt gehouden, vangt de partij wederom ieders aandacht – en terecht.

Het baanbrekende proces heet dualisering. Net zo goed als er tussen een regeringssmaldeel en de gelieerde fractie verschillen kunnen bestaan over bepaalde thema’s, kan dat ook binnen één partij. Want een partij is natuurlijk een optelsom van verschillende onderdelen. Allereerst is een partij altijd een ledenpartij; mensen betalen voor het lidmaatschap in ruil voor de mogelijkheid hun politieke standpunten kenbaar te maken en mee te doen. Ten tweede is er (vanuit landelijk perspectief gesproken) een afvaardiging van CDA-leden in de Tweede Kamer. Vandaaruit worden coalitie- en andere bondgenootschappen gesloten, deals gemaakt en beleid geformuleerd, waarin het CDA- standpunt zo goed mogelijk naar voren komt. En ten derde zijn er de leden met regeringsverantwoordelijkheid, die zich aan een heel helder geformuleerd coalitieakkoord moeten houden. Omdat in ons land de regerende en uitvoerende macht niet geheel gescheiden zijn, worden de laatste twee groepen vaak onder één noemer gebracht.

Binnen het CDA is volstrekt duidelijk geworden, dat de periode van eenheidsworst achter de rug is. Zo’n structuur is niet meer van deze tijd.

De leden in de Tweede Kamer en de regering moeten zich voor een groot deel laten leiden door de programma’s die in het verleden (2010) zijn afgesproken. De leden van de partij zelf, de beroemde 70.000, vormen niet langer het sluitstuk van beleid, maar de oorsprong ervan. Leden gaan met elkaar, het bestuur, regering en Kamer in gesprek over het beleid dat thans wordt uitgevoerd, en waar de noodzaak tot vernieuwing is gelegen. Daarbij is niet een reeds bestaand document, zoals een coalitieakkoord of regeringsprogramma bindend, maar een document dat ofwel nog niet bestaat, ofwel voortdurend in ontwikkeling is, te weten het nieuwe verkiezingsprogramma.

Bezig zijn met de uitvoering van bestaand beleid en tegelijkertijd met de leden in discussie blijven over vernieuwing en evaluatie: dat is het dualisme binnen het CDA, en daarin is de partij voor zichzelf en voor de hele parlementaire democratie helder en verfrissend nieuw. Het zal wel ernstig wennen zijn voor veel critici en collega’s, en er zal wel veel jaloezie ontstaan over zoveel openheid en duidelijkheid, maar dat laat onverlet, dat hier een sterk punt ligt van het zich vernieuwende CDA. Je kunt Verhagen niet aanspreken op de wens van een meerderheid op een congres: hij is verantwoordelijk voor het regeringsbeleid en de rol van het CDA aldaar. Je kunt Peetoom niet verantwoordelijk houden voor strijdigheden tussen de wens van het congres en de afspraken binnen de regering. En Van Haersma Buma is verantwoordelijk voor een goede controle van de regering en voor nauw overleg met de partij, en staat als het ware op de brug tussen deze twee lijnen. Hoeveel helderheid wil je hebben?

Verhagen omarmt met zijn verklaringen eerder deze maand deze analyse. Er is geen plaats voor één leider, te meer omdat dat in het CDA altijd de gekozen lijsttrekker is. Tot aan de komende verkiezingen is er in het CDA sprake van een triumviraat, en dat is in historisch perspectief een beloftevolle periode.
Groeien gaat niet vanzelf: het CDA zal met vallen en opstaan deze nieuwe weg moeten gaan bewandelen. En als je de voortekenen goed op je in laat werken, moet je wel tot de conclusie komen, dat dat een weg omhoog zal zijn. Er komen nog twee congressen aan dit jaar, naar verwachting weer even inhoudsvol, spectaculair en vernieuwend, zoals we inmiddels gewend zijn. Het nieuwe dualiserende CDA staat in de steigers, wen er alvast maar aan.

Jan de Visser
Maassluis
----------
Jan de Visser is oud-wethouder, advocaat, voorm. kandidaat-voorzitter voor het CDA, en schrijver van het boek Herkenbaar anders: het CDA 2.0

maandag 16 januari 2012

Limburg symbool voor het nieuwe CDA


In Limburg schijnen stemmen op te gaan om een katholieke en conservatieve zusterpartij van het CDA op te richten, of liever gezegd om een gedeelte van de partij af te splitsen en zelfstandig door te laten gaan.

Ergens anders in de partij klinkt nu al kritiek op het rapport van de commissie-Hertaling, en wel over het begrip compassie. Dat is een prima begrip voor een CDA’er, maar niet voor het CDA als politieke beweging.

Sommige  leden van de partijtop worden hier zenuwachtig van; ten onrechte. Deze mogelijkheden maken eenvoudigweg deel uit van het CDA-nieuwe stijl. Ik neem de eerste groep als voorbeeld.

Na 21 januari worden er tal van bijeenkomsten gehouden naar aanleiding van de presentaties van aankomende zaterdag. Daar kunnen alle ideeën, opmerkingen, kritiekpunten en wijzigingsvoorstellen gelanceerd worden. Maar daar stopt het niet mee. De nieuwe structuur van de partij is zodanig, dat iedereen permanent kan bijdragen aan veranderingen. Laat “Limburg” een stevige groep gaan vormen, via bijeenkomsten, netwerkgroepen, Facebook-clubs enz. enz. Laat vandaaruit voortdurend geluiden horen richting de partij over de richting, de inhoud, het doel en de methode van de partij.

Er komt een zgn. permanent politiek platform, dat zich, zoals de naam al aangeeft, voortdurend en uitsluitend bezighoudt met wat er in de partij leeft, groeit en broeit. Het overleg tussen “Limburg” dat platform kan precies datgene opleveren, wat men wenst: invloed op de inhoud en de koers van de partij. Het is niet nodig daarvoor af te splitsen of een onderafdeling te creëren. Het CDA-nieuwe stijl moet het van dit soort groeperingen juist hebben.

Niet langer legt de partij van bovenaf op welke koers individuele leden moeten varen, maar seinen individuele leden of groepen van leden naar de partijtop uit waar het heen moet. De partij moet niet links, moet niet rechts, maar moet van onderop gevoed en gedragen worden.

Limburg heeft de mogelijkheid om de rest van het CDA te laten zien, hoe het CDA-nieuwe stijl werkt. Ik ben benieuwd!

maandag 9 januari 2012

Een Brinkman-faal?



Een paar dagen moest het op me inwerken: zou Brinkman werkelijk Ruth Peetoom hebben gevraagd of zij Maxime Verhagen tot partijleider wilde benoemen? Ik kan het me bijna niet voorstellen. Als het werkelijk zo is, moet Brinkman …

Ten eerste: er is maar één partijleider, en dat is degene die voor de TK-verkiezingen als lijsttrekker is gekozen.  Jan-Peter Balkenende dus. Na diens vertrek was die positie dus vacant. En het is eenvoudigweg niet mogelijk om een nieuwe lijsttrekker te kiezen: de Kamer is allang geïnstalleerd, opengevallen plaatsen worden ‘uit de lijst’ opgevuld, en meer smaken zijn er niet. Zelfs als er zich het uitzonderlijke geval voor zou doen, dat alle kandidaten een andere baan zouden vinden, of om andere redenen uit de Kamer zouden vertrekken, dan kunnen er geen mensen van buiten de lijst in de Kamer benoemd worden. Dus: geen verkiezingen, geen lijsttrekker. Mij lijkt, dat ook iemand als Brinkman dit wel weet.

Ten tweede: het is ook volstrekt helder dat het aanwijzen van een partijleider, lijsttrekker, kandidaat-Kamerlid oid., voorbehouden is aan het partijcongres. Dat weet iedereen, ook Brinkman. Wie het congres wenst te omzeilen, krijgt het tegen zich; einde discussie. Mocht Brinkman bedoeld hebben, dat Peetoom het congres deze vraag had moeten voorleggen, dan is hij op zijn wenken bediend: het congres heeft zich hierover uitgesproken. Alleen het congres wijst zo’n leider aan. Jammer voor Brinkman.

Ten derde: Brinkman speelt wel een hoog machtsspel als hij Peetoom met deze vraag confronteert. Een ‘nee’ betekent een enorm gezichtsverlies voor deze ervaren politicus. Als hij dat risico genomen heeft, weet hij ook wat de gevolgen zijn voor een ‘nee’ in de verhouding tussen de partijvoorzitter en de fractie in de Eerste Kamer. Een eventueel ‘ja’ zou betekend hebben, dat niemand van deze actie-Brinkman had vernomen, omdat er binnen de partij een enorm gekonkel zou zijn losgebarsten over dit onderwerp, waarbij Ruth het had moeten ontgelden, en er voor Brinkman geen positie overbleef.

Ten vierde, een beetje het vervolg hierop: Of het nu een ‘ja’ of een ‘nee’ zou worden, het zou altijd een versterking van de positie van Peetoom met zich meebrengen. Door haar de vraag voor te leggen, heeft hij ook het proces en de regie aan haar uit handen gegeven. Nu geloof ik veel van wat er over Brinkman wordt beweerd, maar dit niet.

En daarom: ik kan me niet voorstellen, dat Brinkman …